En nee, de komst van de auto, de telefoon, snelwegen of het internet heeft daar weinig aan veranderd. De sfeer is hetzelfde als vroeger, het ritme van het dorp leeft voort. Zoals bij Paardenmarkt in Voorschoten, waar oude bekenden elkaar ieder jaar weer tegenkomen en even bijpraten onder het genot van een biertje.
Daar moest ik aan denken toen ik het met iemand met een ICT-achtergrond over AI had. Haar stelling was helder: ‘Alleen leken denken dat alles anders wordt door AI.’ Ze vergeleek het met mensen die ChatGPT een keer vragen hoe je boerenkool maakt en dan denken dat de wereld definitief verandert. De echte experts weten beter. Die hebben eerder revoluties meegemaakt: de opkomst van internet, mobiel, sociale media. Steeds zijn er schrikbeelden geweest, en steeds is de mens zich op een slimme manier gaan aanpassen. En door het verleden te kennen, kun je de toekomst voorspellen, net zoals een spits die goals maakt in Portugal en Frankrijk ook in Nederland zal scoren.
Je ziet het verschil in perspectief ook terug in de journalistiek. Juist wie weinig inhoudelijke kennis heeft, roept vaak het hardst. Toen de Oranjevrouwen van Wales wonnen, was de euforie in sommige media niet te stuiten terwijl de kenners nuchter bleven. Een deel van die euforie kwam misschien ook doordat de betere journalisten op vakantie waren. Kwaliteit maakt uit, ook als het om toekomstvisies gaat.
Dat is precies waarom marketeers zich niet moeten laten leiden door hypes of goeroes die vooral hun eigen AI-tool proberen te verkopen. Wil je weten wat AI werkelijk betekent voor je werk of bedrijf, luister dan naar mensen die er al jaren onderzoek naar doen. Die voorbij de opwinding kijken en verstandige scenario’s schetsen. Neem Ethan Mollick, hoogleraar aan Wharton en schrijver van het boek Co-intelligence. In een interview met Time stelt hij: ‘Veel discussies gaan over het grote plaatje: zal de mensheid uitsterven of een nieuw niveau bereiken? Maar de échte vraag is: wat gebeurt er op de korte en middellange termijn met werk en onderwijs?’ Hij benadrukt dat het niet gaat om de vraag of AI alle leraren kan vervangen, dat is een domme vraag, vindt hij. De slimme vraag is: hoe kan een leraar AI gebruiken om zijn of haar werk beter te doen? En: hoe meten we of dat werkt?
Mollick benadrukt dat banen bestaan uit bundels van taken, niet uit één ding. AI kan helpen om bepaalde onderdelen daarvan te verbeteren en juist daardoor kan werk zinvoller en leuker worden. Als journalist praat ik met mensen, maar ik doe ook research, schrijf, redigeer, en vul bonnetjes in. Geef mij maar een AI die die laatste klusjes overneemt, zodat ik meer tijd heb voor de essentie van mijn vak.
Een ander goed voorbeeld is Robert Rose, een bekende marketingstrateeg. In zijn podcast stelt hij dat we ons blindstaren op de snelheid die AI kan bieden, terwijl het uiteindelijk om kwaliteit draait. De echte economische waarde van AI zit volgens hem in het verbeteren van creativiteit en het menselijk proces. ‘Does it make the human condition better if we make the process of creativity more efficient?’, vraagt hij zich af. En: moeten we willen dat een AI een brief schrijft namens een kind, in plaats van het kind zelf die worsteling en groei te gunnen?
Waarschijnlijk niet. We moeten leren hoe AI óns kan helpen en niet andersom. Pas als we concrete toepassingen zien die het leven echt verbeteren, gaan we er het beste van maken. Natuurlijk zijn er ook doemdenkende professoren. Dat hoort erbij, maar de mens is vindingrijk. We bouwden Deltawerken om de zee te bedwingen, vonden een vaccin tegen corona en Feyenoord haalt gewoon een nieuwe linksbuiten en verdediger. We passen ons aan. Altijd.
En dus zullen we ook omgaan met deze technologische revolutie. AI zal banen veranderen, processen sneller maken, sommige dingen efficiënter of slimmer laten verlopen. Maar het menselijke blijft. We blijven praten, lachen, vieren, ons verwonderen.
En op 22 juli 2026 staan ze weer met een blauw shirt en een geruit sjaaltje in een haven te dansen en te drinken met vrienden. Sommige dingen veranderen nooit.