Toen Jos me vervolgens ‘Predictable Surprises’ van Bazerman & Watkins aanreikte, moest ik meteen terugdenken aan dat moment. Hoe zou een organisatie eigenlijk met zo’n verstoring kunnen omgaan? We weten niet wat er intern bij Nike gebeurde, maar de casus laat zich uitstekend gebruiken om de tien elementen uit het boek te verkennen.
Organisaties in drukbezochte winkelgebieden hebben baat bij het vooraf verkennen van uiteenlopende situaties: van activistische acties tot media-drukte of materiële verstoring. Niet omdat die zich dagelijks voordoen, maar omdat ze helpen om risico’s tastbaar te maken.
Bouwstenen die je, afhankelijk van de situatie kunt combineren: een veiligheidsprotocol, een vaste lijn met de beveiliging van het winkelcentrum, interne communicatiestappen, een procedure voor het tijdelijk afsluiten van winkelzones. Niet spannend, maar wel iets wat de hoeveelheid improvisatie beperkt.
Pas dan wordt een scenario meer dan theorie: als actievoerders de winkel betreden, activeert het team automatisch de bijbehorende modules. Dat versnelt de respons en voorkomt twijfel.
Dat maakt dat medewerkers weten wie welke verantwoordelijkheid draagt: wie leiding neemt, wie de beveiliging belt, wie intern rapporteert, wie klanten te woord staat. In de hectiek van een winkelvloer is dat vaak het verschil tussen chaos en kalmte.
Die helpen medewerkers om niet te lang te twijfelen. Je spreekt af: bij verstoring niveau 1, bij dreigende schade niveau 2. Eenvoudige triggers die mentaal ruimte creëren.
Dat zorgt ervoor dat iemand overzicht houdt. Het hoeft geen high-tech ruimte te zijn; een achterkamer met camerabeelden en communicatiemiddelen volstaat vaak. Een tweede locatie zorgt dat de coördinatie doorloopt als delen van de winkel worden afgesloten.
Die voorkomen dat elk teamlid zijn eigen interpretatie volgt. Denk aan een interne appgroep, een korte standaardmelding of een voorbereid extern statement voor het geval de media lucht krijgen van het incident.
Praktische hulpmiddelen zoals snelle schoonmaakdiensten, afzetlint of tijdelijke stellingen maken dat een winkel snel kan herstellen. Soms zit veerkracht juist in zulke “alledaagse” details.
Die zetten al het bovenstaande om in gedrag. Door jaarlijks te oefenen op onverwachte drukte, verstoring op de winkelvloer of situaties die publiek trekken, wordt het team zelfverzekerder en daalt de stress als er écht iets gebeurt.
Terugkijken op wat goed ging en wat beter kan, maakt de organisatie volwassen in haar weerbaarheid. Zo wordt elke gebeurtenis een bron van verbetering.
Wat Nike precies deed weten we niet en dat is ook niet het punt. De situatie in Hoog Catharijne toont vooral hoe waardevol deze tien elementen kunnen zijn voor elke organisatie die te maken krijgt met onverwachte, maar vaak toch voorzienbare verstoringen. Door scenario’s te verkennen, rollen helder te verdelen, communicatie te stroomlijnen en regelmatig te oefenen, ontstaat precies die rust die nodig is wanneer het onverwachte zich aandient.